maandag 15 april 2013

Jaargesprek

Op de synode van de Protestantse Kerk van 20 april 2012 is besloten tot het invoeren van jaargesprekken. Hierover is toen het volgende gezegd: Het jaargesprek tussen kerkenraad en predikant/kerkelijk werker is een noodzakelijk middel ter bevordering van de kwaliteit van gemeente en predikant / kerkelijk werker.” Het jaargesprek is een instrument om aan kwaliteitseisen tegemoet te komen. Dit jaargesprek zal et karakter moeten hebben “van een open, vertrouwelijke en gelijkwaardige dialoog, waarin alle betrokkenen zich ervoor inzetten om positief-kritisch te reflecteren op het eigen en andermans houding, handelen en functioneren”. Hierbij zouden de volgende punten aan de orde moeten komen.

  • De evaluatie van ieders (persoonlijke) welbevinden en motivatie in de kerkenraad en de gemeente
  • De evaluatie van de ondernomen activiteiten in het afgelopen jaar
  • De planning en prioritering van de activiteiten in het komende jaar
  • De rol- en taakverdeling bij de uitvoering van de geplande activiteiten
  • De ontwikkeling van houding en competenties van de kerkenraadsleden; voor de predikant en de ouderling-kerkelijk werker gaat het hier om het persoonlijk scholingsplan in het kader van de permanente educatie
  • De rapportage en communicatie over de gemaakte afspraken


Zondag 14 april 2013 preekte ik over Johannes 21:15-17. Het is een evaluatiegesprek tussen de Heere Jezus en Simon Petrus. Al kunnen we het ook een functioneringsgesprek noemen of een jaargesprek. In dit gesprek vallen een paar dingen op. Bij de vragen, die de Heere Jezus stelt, grijpt Hij terug op wat geweest is. Bij de eerste vraag gaat Hij in op de verhouding van Simon ten opzichte van de andere discipelen. Waarom? Omdat Simon Petrus eens gezegd heeft: “Al zouden zij ook allen aanstoot aan U nemen, ik zal nooit aanstoot aan U nemen”. In totaal stelt de Heere Jezus drie vragen. Een aantal dat verwijst naar het aantal keren, dat Simon ontkent heeft, dat hij Jezus kent en bij Hem hoort. Toch is dit alles niet het belangrijkste uit het gesprek tussen hen. Het verleden wordt aangestipt, maar komt eigenlijk niet ter sprake. De Heere Jezus heeft een veel belangrijker punt. Hij wil weten van Simon Petrus of hij Hem lief heeft.
Bij een jaargesprek in de kerkenraad zal met name dit punt aan de orde moeten komen. Heeft de predikant / kerkelijk werker de Heere Jezus lief. Hebben de andere kerkenraadsleden de Heere Jezus lief? De bovengenoemde punten halen het hier niet bij. Dit is de kern waar het in de gemeente om moet draaien. De liefde tot de Heere Jezus. Vervolgens zal er geen toetsing moeten zijn van het gegeven antwoord. Het is voldoende wanneer de Heere Jezus weet van de liefde voor Hem.
Moeten er dan verder geen kwaliteitseisen gesteld worden? Natuurlijk moeten predikant / kerkelijk werker en kerkenraad hun door God gegeven werkzaamheden naar vermogen uitvoeren en is het uitstekend, wanneer activiteiten geƫvalueerd worden. De plaatselijke gemeente en de landelijke kerk is echter geen bedrijfsorganisatie. De kerkenraad is de werkplaats van de Geest. Daar waar liefde voor Jezus is, is de Heilige Geest werkzaam en zal de gemeente geleid worden en zullen activiteiten ontplooid worden die zijn tot meerdere eer en glorie van de God en Vader van Jezus Christus. Daarom is het nodig, dat ieder jaargesprek begint en eindigt met het uitspreken van de liefde tot Jezus door gebed en lofgezang en laat daar tussenin maar niet teveel gezegd worden.

1 opmerking:

  1. van harte amen! broeder. hier raak je de spijker op de kop. Het HRM beleid wat onze plaatselijke gemeenten en kerkenraden moeten gaan uitvoeren, wordt anders een zeer werelds instrument wat grote ongelukken kan veroorzaken. een hartelijke broedergroet uit Nijverdal/ hellendoorn.

    BeantwoordenVerwijderen