maandag 28 oktober 2013

Iedereen ‘ontvrienden’ bij vertrek?

Verhuizing van predikant werpt vragen op over sociale media-contacten.

Een predikant bedrijft in principe geen pastoraat in de gemeente die hij of zij verlaten heeft. Dat uitgangspunt zullen alle predikanten onderschrijven. Een brief of e-mail van een oud-gemeentelid kon weleens dilemma’s oproepen: wel of niet reageren en zo ja, hoe diepgaand? De komst van sociale media roept nieuwe vragen op. Bijvoorbeeld: wat te doen als iemand op Facebook meldt dat hij kanker heeft? Drie predikanten over hun dilemma’s en uitgangspunten.

De ene predikant heeft via Twitter, Facebook en LinkedIn bijkans een ‘tweede gemeente’, een ander doet er helemaal niets mee. Predikanten die wel actief zijn op sociale media, doen dat vaak vanwege de veelvuldige aanwezigheid van jongeren en jongvolwassenen op internet. Zij laten via sociale media zien wat hen bezighoudt. Dat geeft een breder beeld dan alleen ontmoetingen bij kerkdiensten, catechisatie of huisbezoek. Over de vraag wat je als predikant wel en niet van jezelf laat zien op internet, is al het nodige geschreven, bijvoorbeeld in de handreiking Beroepscode en gedragsregels (zie www.pkn.nl/predikanten> Rechtspositie). Minder vaak gaat het over de vraag: wat te doen als je de gemeente verlaat, wegens beroep of emeritaat? Alle oud-gemeenteleden op
Facebook ‘ontvrienden’ en op Twitter ‘ontvolgen’ of blokkeren? Die stap gaat velen te ver.

Zo ook ds. Coen Wessel, die een klein jaar geleden Heerenveen voor Hoofddorp verruilde. ‘De Facebookpagina van mijn oude gemeente heb ik meteen overgedragen, maar op mijn persoonlijke pagina heb ik niemand ontvriend. Ik heb zelfs na mijn afscheid nieuwe uitnodigingen gekregen van voormalige gemeenteleden. Die heb ik geaccepteerd, omdat dat is hoe ik als predikant in het leven sta: in principe is iedereen met goede bedoelingen welkom. Het is ingrijpend om na vele jaren afscheid te nemen van een gemeente. Ik vind het mooi om via sociale media op te hoogte te blijven. van hoe het met anderen gaat.’ Wessel heeft 45 Facebook-vrienden uit zijn oude gemeente. ‘Vijftien van hen waren aan mijn pastoraat toevertrouwd.’ Die pastorale relatie kan bij verhuizing naar een nieuwe gemeente dilemma’s opleveren.Bij een van Wessels Facebook-contacten slaat de medicatie tegen kanker niet meer aan. ‘Ik schrijf ongeveer eens per maand een kort bemoedigend bericht. Niet altijd openlijk, maar via een zogeheten ‘persoonlijk bericht’.’ Hij vindt niet dat hij een eventuele opvolger – die er in Heerenveen overigens nog niet is – daarmee voor de voeten loopt. ‘Zo’n bericht is een lichte vorm van contact. Dat concurreert niet met iemand die echt op bezoek komt.’ Wessel kiest ervoor om ‘oude’ Facebook-relaties niet bewust te ontvrienden, maar hij verwacht wel dat met een aantal van hen het contact gaandeweg zal afnemen. ‘Als je een hele tijd niet meer op elkaar reageert, verdwijnen mensen vanzelf uit je tijdlijn. Dat geeft een soort natuurlijk verloop. Tot die tijd biedt Facebook een lichte vorm van meeleven die ik plezierig vind.’

Ds. Rolinka Klein Kranenburg, predikant in Amersfoort, verliet haar eerste gemeente zes jaar geleden, nog voor ze actief werd op sociale media. ‘Sommige leden van die gemeente hebben mij na mijn vertrek gevonden op bijvoorbeeld Facebook. Ik merk dat ik hen iets makkelijker toelaat in mijn Facebook-netwerk dan leden van mijn huidige gemeente. Mijn Facebook-pagina is vrij persoonlijk. Er zijn mensen die het reuze interessant vinden wat de dominee allemaal doet, op een manier waar ik een beetje jeuk van krijg. Je voelt vaak wel aan uit welke hoek de belangstelling komt. Als ik een contactverzoek krijg van iemand uit mijn huidige gemeente bij wie ik een beetje twijfel over de bedoeling, dan laat ik zo iemand niet toe. Als ik daar een vraag over krijg, geef ik aan dat Facebook bij mijn privé-ruimte hoort, de veilige ruimte die ik als mens ook nodig heb en dat ik met het ene gemeentelid nu eenmaal een wat vriendschappelijker contact heb dan met het ander. Als je dat vriendelijk zegt, valt het wel goed.’ De situatie dat ze uit haar gemeente zou vertrekken, is op dit moment fictief, maar, zegt ze: ‘Er zijn altijd mensen die niet helemaal los van je komen, of het contact nu per brief of via sociale media gaat. Wat dat betreft maakt de komst van sociale media voor mij geen groot verschil. Je moet zelf de grens trekken. Het voelt gek om helemaal níet te reageren op een brief of mail waarin een heel verhaal staat. Ik probeer daar in een paar zinnen op te reageren, waarin ik meeleef, maar ook de boodschap geef dat ik helaas vanaf deze plaats niets meer kan betekenen. Bij een bericht van overlijden pleeg ik een enkele keer een telefoontje. ’Belangrijk is dat een predikant bij het afscheid duidelijk aangeeft dat de taken worden overgedragen aan een nieuwe predikant. ‘Dat zou kunnen betekenen dat je een aantal mensen ontvriendt op Facebook en dat bij je afscheid ook duidelijk aangeeft: ik haal jullie van mijn Facebook af, maar ik blijf bij jullie betrokken als volger van de Facebook-pagina van de gemeente. Ik weet nu nog niet precies hoe ik daarmee om zou gaan. Het kan ook zijn dat de schifting geleidelijk plaatsvindt, in de maanden en jaren na het vertrek.’

Facebook levert de meeste dilemma’s op, blijkt ook uit de woorden van ds. Rebecca Onderstal, predikant in Cothen en Wijk bij Duurstede. ‘Twitter en LinkedIn zijn vluchtiger, vrijblijvender, minder verbindend. Die kun je ook gebruiken voor eenrichtingverkeer. Bij Facebook verbind je je duidelijk aan elkaar.’ Evenals de andere beide predikanten zegt ds. Onderstal daarom ook dat er aan haar Twitter- en LinkedIn-contacten bij vertrek niets hoeft te veranderen. ‘Ik denk wel dat er aan de contacten op Facebook iets zou veranderen, want mijn Facebook-netwerk is heel lokaal.
Ik heb heel bewust een netwerk opgebouwd van mensen uit de omgeving. Niet alleen gemeenteleden, maar ook mensen die ik via school, vrijwilligerswerk of de sportclub ken. Dat is voor mij een manier om iets van mezelf te laten zien en om te weten wat er bij anderen speelt. Bij vertrek zou ik de meesten laten weten: ik verhuis en mijn Facebook-account verhuist mee. Dat zou dus betekenen dat ik de contacten die duidelijk aan de woonplaats gebonden zijn, zou afsluiten. Althans, zo denk ik er nu over. Het kan zijn dat ik, als het eenmaal zo ver is, toch een andere keuze maak. Ik wil daar  niet op voorhand een strakke keuze in maken.’ Het uitgangspunt om de opvolger niet voor de voeten te lopen, onderschrijft ook ds. Onderstal, maar dat is makkelijker gezegd dan gedaan, benadrukt ze. ‘Als iemand uit mijn vorige gemeente contact met mij zou zoeken, zou ik proberen te verwijzen naar de nieuwe predikant. Maar je kunt niet altijd tegengaan dat mensen hun eigen pastor opzoeken. Ook bij kerkdiensten zie je dat gebeuren. Bij mij in de kerk zitten bijvoorbeeld weleens mensen die me via sociale media kennen. Je kunt mensen niet bij de deur weigeren omdat ze lid van een andere gemeente zijn. Dat ‘shoppen’ hoort nu eenmaal bij deze tijd, we zijn een netwerksamenleving geworden. Dat heeft zeker ook goede kanten, want soms kun je via sociale media even contact hebben met iemand van wie je wel bijna zeker weet dat die niet de eventuele eigen predikant zou opzoeken. Ook een kort, niet diepgaand contact kan soms toch veel betekenen voor iemand, al is het alleen op die ene avond dat diegene er even flink doorheen zat.’

Ds. Jan Holtslag en Berber Bijma
respectievelijk: predikant in Giessen-Nieuwkerk en Neder-Slingeland, en freelance journalist

Kerkinformatie . juli-augustus 2013
http://www.pkn.nl/Lists/PKN-Bibliotheek/Kerkinformatie-216-juli-augustus-2013.pdf.pdf


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen