donderdag 7 november 2013

Ik zeg: Dank U wel

Preek gehouden op dankdag over Lukas 17:11-19

Wanneer jij bij een vriendje of vriendinnetje bent wezen spelen en het is tijd om naar huis te gaan, zeg jij dan: “Bedankt voor het spelen”? Of als je op een kinderfeestje bent geweest en je wordt thuisgebracht, zeg je dan tegen de vader of moeder van het klasgenootje: “Bedankt voor alles”? Of wanneer je iets van iemand krijgt. Bedank jij die persoon dan? Vandaag op deze dankdag voor gewas en arbeid willen wij daar eens aan denken. Denken aan danken, zodat we niet vergeten om te danken. Vooral natuurlijk om niet te vergeten de Heere God te bedanken.
Hiervoor gebruiken we een geschiedenis waarbij de Heere Jezus op weg is naar Jeruzalem. Tijdens Zijn reis komt Hij op een weg die tussen twee gebieden doorloopt. Tussen Samaria en Galilea. In Samaria wonen Samaritanen en in Galilea Joden. Twee groepen mensen die een hekel aan elkaar hebben. Waarom? Omdat ze anders geloven. Ze geloven allemaal in de Heere God, maar ze doen dat op een verschillende manier en daarom gaan ze niet met elkaar om.
Toch komen we vandaag een groep mannen tegen uit beide bevolkingsgroepen. Het zijn negen Joden en één Samaritaan. Zij trekken wel met elkaar op. Maar dat heeft een reden. Ze horen er namelijk alle tien niet bij. Ze zijn ziek. De ziekte die ze hebben heet melaatsheid. Dat is een besmettelijke huidziekte, waardoor ze niet onder de andere mensen in een dorp mogen wonen. Ze wonen daarom niet bij hun familie, maar in holen en grotten. Deze tien hebben elkaar opgezocht om zo samen met elkaar op te trekken.

Wanneer zij horen, dat Jezus een dorp willen binnengaan, komen zij te voorschijn en roepen zij tot Hem. Zij hebben blijkbaar gehoord, dat Jezus niet zomaar iemand is, maar dat Hij mensen beter kan maken. Ze roepen tot Jezus en zeggen: Meester, ontferm U over ons. Ze vragen of Jezus naar hen wil omkijken en hen wil genezen. Want als ze weer genezen zijn, dan kunnen ze weer naar huis en bij hun familie wonen.
Het lijkt alsof de Heere Jezus hen niet geneest. Hij zegt alleen, dat ze naar de priesters moeten gaan. Ze moeten zich aan de priesters laten zien. Waarom? Omdat de priesters iemand die melaats was gezond konden verklaren, wanneer die beter was geworden. Alleen zij zijn nog ziek, waarom zouden ze naar de priesters gaan? Toch doen ze het. Alleen maar om dat Jezus het zegt, gaan ze op weg om zich te laten zien aan de priesters. Zij vertrouwen Jezus op Zijn woord.
Als de tien op weg zijn gebeurt er een wonder. Al de tien mannen worden beter. De huidziekte verdwijnt en ze worden allemaal gezond. Dat is natuurlijk heel bijzonder. Dat is het mooiste en grootste cadeau wat ze maar konden krijgen. Precies wat ze ook graag wilden. Dan kun je wel voorstellen hoe blij ze geweest moeten zijn. Want als je heel erg ziek bent en je mag dan beter worden, dan kun je het geluk niet op.

Toch weten we van negen mannen eigenlijk niet of ze gelukkig zijn en hoe gelukkig ze zijn. Ze zijn weggegaan naar de priesters om zich te laten tonen. Ze zijn beter geworden, maar meer weten we niet van hen. Ze laten zich niet meer zien. Dat is wel vreemd. Vinden jullie ook niet? Ze vroegen aan de Heere Jezus of Hij naar hen wil omzien en hen wil genezen. Dan gebeurt het grote wonder van de genezing en vervolgens laten ze niets van hen horen. Ze komen niet terug om de Heere Jezus te bedanken. Zijn ze dan niet dankbaar?
Er is er één die wel terugkomt. Laat dit nu net die Samaritaan zijn. Degene die net iets anders gelooft, dan de Joden dat doen. Hij komt terug om de Heere Jezus te bedanken. En dan moet je opletten. Hij zegt niet alleen maar “Dank u wel”. Op de weg naar Jezus toe verheerlijkt hij God met luide stem en wanneer hij bij de Heere Jezus is, dan werpt hij zich voor de voeten van Jezus op de grond met het gezicht ter aarde en dankt Hem.
Deze man is erg dankbaar en hij laat dit ook overduidelijk merken. Hij bedankt de Heere Jezus en tegelijk bedankt Hij ook de Heere God. Deze Samaritaan weet, dat al het goede van God komt. Dus ook zijn genezing heeft Hij van de Heere God gekregen. En dan besef je natuurlijk wel, dat God verheerlijken meer is dan alleen dank je wel zeggen. Danken is zeggen: Dank u wel voor wat u geeft. Verheerlijken is zeggen: Dank U wel, dat U zo goed bent. De Samaritaan verheerlijkt God, omdat de Heere God zo goed is en dat hij dit heeft mogen ervaren.

En jij. Wanneer jij nooit iemand bedankt, wanneer je iets hebt gekregen, dan is de kans groot, dat jij de Heere God ook nooit bedankt en dat jij Hem ook niet verheerlijkt. Of denk je, dat jij nog nooit iets hebt gekregen waarvoor je iemand zou kunnen bedanken? Natuurlijk, denk jij dat niet, want je weet heel goed, dat je iedere dag heel veel dingen krijgt.
Veel van wat je krijgt ontvang je van de Heere God. Denk maar aan je eten en drinken of aan de mensen die voor je zorgen, je willen leren lezen en rekenen en jezelf ontdekken. De Heere God geeft ons ook mensen die van je houden en er voor je willen zijn. De Heere God doet dit, omdat Hij van jou houdt.
Het mooiste wat de Heere jou geeft is Zijn liefde door Zijn Zoon Jezus Christus. De Heere Jezus is op aarde gekomen om door Zijn sterven aan het kruis voor jou de weg naar de Heere God vrij te maken. Hij zorgt ervoor, dat jij eens in Gods Koninkrijk mag leven op een nieuwe aarde. Een aarde waar mensen niet melaats worden of andere ziektes krijgen en waar mensen niet dood gaan. Een wereld waar niemand gepest wordt of achtergesteld.
Dit alles is er nog niet. Maar wil jij net als de tien melaatsen op weg gaan met het vertrouwen, dat het eens zo zal worden? In het geloof dat de Heere Jezus de aarde zal reinigen van alles wat verkeerd is. Wil jij daar de Heere Jezus nu al voor danken en de Heere God daar nu al om verheerlijken? Doe het maar. Vertrouw Jezus maar op Zijn woord, bedank Hem alvast en verheerlijk God in jouw leven. Amen

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen