woensdag 16 april 2014

Hij is hier niet

In het begin schiep God de hemel en de aarde. In het begin riep Hij de mens tot aanschijn en plaatste hem in de hof van Eden. In het begin riep God tot Adam: Waar bent u? Maar Adam was nergens in de hof te vinden. Het was als of de Heere God tot de conclusie moest komen: Hij is hier niet. Maar ineens klonk er een stem tussen de bomen van de hof door. Adam had zich met zijn vrouw verborgen. Uit schaamte. Omdat hun beider ogen open waren gegaan. Omdat ze gegeten hadden van de vrucht van de boom van kennis van goed en kwaad.
Adam was er dus nog wel, maar eigenlijk ook niet meer. Want de mens die de Heere God geschapen had, was er niet meer. De mens die met God wandelde in de hof van Eden was dood. Geestelijk dood. Daarom werd de mens ook verwijderd uit de hof van Eden. Hij kon niet meer samen leven met de heilige God. Want de verdorven mens bracht de doodsgeur voort.
Het is een geur die wij niet ruiken, omdat deze geur rondom ons hangt. Precies zoals een boer niet opmerkt, dat hij de geur van mest verspreidt en een roker geen weet heeft van de geur van rook die om hem heen hangt. Zo merkt een mens niet op, dat hij geestelijk dood is en een stank van onheiligheid en verderf verspreid. Het is zelfs tegenovergesteld. De mens vindt zich vaak maar al te goed en heilig en is zich van geen enkel kwaad bewust.

Toch zou een mens beter moeten weten. Want naast het geestelijk sterven van Adam, kwam ook de lichamelijke dood in zicht. De eerste mens die lichamelijk stierf was Abel. Zullen Adam en Eva zich afgevraagd hebben, wat zij met zijn lichaam aan moesten? Levenloos. Koud en verstijfd. Uiteindelijk zullen zij Abel begraven hebben. Want zijn lichaam ging stinken. Zo verspreidt ook het lichaam van de mens de doodsgeur. Het benadrukt de onheiligheid van de mens.
Nu hebben we daar wat op gevonden. Geurige specerijen. Al is dit maar voor even. Wanneer de Heere Jezus bij het graf van Lazarus vraagt om de steen weg te halen, dan krijgt hij als antwoord: hij ruikt al, want hij ligt hier al voor de vierde dag. Wanneer, niet veel later, sommige vrouwen de steen weg willen laten halen bij het graf van Jezus om het dode lichaam van Jezus te zalven, dan zullen ze bijna hetzelfde geroken hebben, als ze gedaan hebben bij het open graf van Lazarus. Want voor Jezus was het al de derde dag, dat Hij in het graf lag.
Toch willen zij uit eerbied voor de Heere Jezus Zijn lichaam zalven. Het was op de dag van zijn begrafenis niet of haast niet gebeurd. Jozef van Arimathea had alles met de nodige haast moeten doen, omdat de sabbat op aanbreken stond. Daarom kwamen de vrouwen vroeg in de morgen op de eerste dag van de week bij het graf van Jezus om Zijn lichaam als nog te zalven. Maar feitelijk bevestigt de dood van een mens, dat de mens gelijk het gras is. Wanneer de wind erover is gegaan, is Hij er niet meer en zijn plaats kent hem niet meer. Hij is hier niet.

Zo is de mens geestelijk en lichamelijk dood. En Jezus? Hij is aan het kruis gestorven en daarmee lichamelijk dood. Terwijl Hij aan het kruis stierf was Gods toorn op Hem, omdat Hij de zonde der wereld op Zich genomen had. Zo is Jezus ook een geestelijke dood gestorven. Hij is niet meer. Dood en begraven. Nog slechts in het graf te vinden. Waarbij de specerijen, waarmee de vrouwen Hem willen zalven, uiting geven van eerbied, maar die slechts voor even is.
Het graf van Jezus. Als de vrouwen er aankomen, merken ze, dat de steen al weggerold is van voor de opening. Ruiken zij al de geur van de dood? Ons wordt niet verteld wat ze ruiken. Mogelijk wordt de geur ook wel verbloemd door de specerijen die ze bij zich hebben. Wie is hen voor geweest en het graf al binnen gegaan?
Wanneer zij het graf ingaan, zien zij een jongeman. Maar dit is niet één van de jongeren die Jezus volgde. Hij is gekleed in een wit en lang gewaad. Wie is hij? Wat doet hij hier? Waar is het lichaam van Jezus? De vrouwen zijn ontdaan. Het is zo anders, dan zij verwacht hadden tegen te komen. Wat is hier gebeurd.
De jongeman stelt hen gerust. Wees niet ontdaan. Ze mogen van de schrik bekomen. Hij weet waarvoor ze komen. Alleen wanneer zij Jezus de Nazarener zoeken, de Gekruisigde, dan zijn zij op de verkeerde plaats. Hij is hier niet. Maar waar dan wel! Toen Adam niet in de hof van Eden leek te zijn, bleek hij zich verstopt te hebben tussen het geboomte van de hof. Maar geestelijk gestorven moest hij deze geestelijke hof verlaten. Het lichaam van Jezus was verstopt in het graf, maar waarom moest Hij dit graf verlaten?

Dit is het heerlijke nieuws van Pasen. Bij de dood van de Heere Jezus aan het kruis stopt de neergang van de mens. Er heeft een verandering plaatsgevonden die zichtbaar is geworden in het lege graf. Door de Heere Jezus is het graf niet meer de plaats waar de mens gevonden kan worden.
Het graf van Jezus zegt: Hij is hier niet. Evenzo zeggen de graven van hen die in Christus gestorven zijn: Hij is hier niet. Zoals het graf van Jezus leeg is, zo zullen eens al de graven van de gestorven heiligen leeg worden. De lichamen van hen die in het geloof in Jezus Christus gestorven zijn zullen opstaan om verenigd te worden met de ziel, die weer geestelijk tot leven is gewekt, omdat zij gereinigd zijn door het bloed van Christus, dat vergoten is aan het kruis op Golgotha.
Hij is hier niet. Deze woorden zeggen, dat de Heere Jezus als eersteling opgestaan is van de doden. De geur van de dood hangt niet langer over de mens heen. Er is voldoening gebracht door het zoenoffer van Jezus Christus. Hij heeft betaald met Zijn bloed en zo de schuld van de mens bij God voldaan. Wees niet langer ontdaan. Laat de dood niet langer bevreesd maken. Jezus Christus is opgewekt en is niet bij de doden te vinden. Hij is de Levende en heeft de weg naar het paradijs weer geopend. Door Hem is de boom des levens weer toegankelijk voor een ieder die het heil verwacht van Hem Die is en Die was en Die komt en van Jezus Christus, Die de Eerstgeborene uit de doden. Amen

1 opmerking:

  1. Hartelijk dank voor deze uitleg en verkondiging!
    Goede dagen gewenst in deze stille week op weg naar Pasen.
    hartelijke groet uit Barendrecht
    Lenie-Martijn van Bokhoven

    BeantwoordenVerwijderen