vrijdag 28 november 2014

Israël, Palestijnen en de Verenigde Naties



Op 29 november 1947 nam de algemene vergadering van de Verenigde Naties resolutie 181 aan. Het behandelt het toekomstige bestuur van Palestina. Een gebied aan de oostkust van de Middellandse zee. Een Joodse en een Arabische staat moest er komen. Het is er alleen niet van gekomen. Terwijl Joodse leiders het plan aanvaarden, verwierp de Arabische wereld het. Toch werd van Joodse zijde op 14 mei 1948 de staat Israël uitgeroepen. Een staat die vanaf de eerste dag in oorlog was met de buurlanden. Egypte, Jordanië, Irak, Syrië en Libanon vielen het land aan. Onderwijl waren vele Arabische inwoners uit de oorlogsgebieden vertrokken als gevolg van een oproep van de Arabische landen. Wanneer Israël verslagen zou zijn, konden zij terugkeren. Maar zij keerden niet terug. Want het lukte hen niet om de jonge staat te verslaan. Israël won. Niet alleen overleefde de staat, ook veroverde het gebied. 22 % meer dan wat in de VN-resolutie was toegezegd.

Wanneer in 1967 opnieuw een Arabische troepenmacht opgebouwd wordt om Israël aan te vallen, besluit Israël om preventief aan te vallen. Met succes. Egypte, Syrië en Jordanië leiden verliezen. Niet alleen in militaire zin. Israël verovert de Sinaï, de Golanhoogte en de Gazastrook en verder Oost-Jeruzalem en de Westelijke Jordaanoever.

Sindsdien is er veel strijdgewoel geweest. Het gebied waar Israël zeggenschap heeft, is door al die oorlogen niet groter geworden. Wel zijn er enkele wijzigingen geweest. Zo is gelijk in 1967 Oost-Jeruzalem geannexeerd. In 1980 is de Sinaï aan Egypte teruggeven. Dit naar aanleiding van de Camp Davidakkoorden. Wel zijn er door kolonisten en met toestemming van de Knesset vele huizen gebouwd in Oost-Jeruzalem en op de Westelijke Jordaanoever. De Gazastrook is daarentegen overgedragen aan de Palestijnse autoriteiten.

In een korte vogelvlucht en met vele omissies een blik op gebeurtenissen rondom dat stukje land aan de Middellandse zee. Onlangs zijn er nieuwe ontwikkelingen geweest. Zo wil premier Netanyahu een wet aan laten nemen waarbij uitgesproken wordt dat Israël een Joodse staat is. Verder heeft op 30 oktober 2014 Zweden, als eerste Westers land, besloten de staat Palestina te erkennen. Ook Frankrijk, Groot Brittannië en Ierland overwegen erkenning. Het Europees Parlement heeft zich op 17 december 2014 "in principe" uitgesproken voor de erkenning van Palestina.

Een van de problemen bij de erkenning van Palestina is onder andere de onenigheid tussen Hamas, de organisatie die het voor het zeggen heeft in de Gazastrook, en de Fatah-partij. Deze Palestijnse groepering heeft zeggenschap over de Westelijke Jordaanoever. Een andere probleem is de veiligheid van de Joden in Israël. De terechte vraag is of al de Palestijnen bereid zijn om in vrede naast Israël te leven, zodat ook het veiligheidshek afgebroken kan worden. Abbas ziet dit zitten en wil dat het leger van Israël in november 2016 vertrokken is uit alle Palestijnse gebieden die het land sinds 1967 heeft bezet. Dit idee heeft de Palestijnse regering bij de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties neergelegd. Of dit verzoek er door komt, hangt af van de Verenigde Staten dat een veto recht heeft in de Veiligheidsraad. Als het er door komt, dan zal het niet anders gehandhaafd kunnen worden, dan door de aanwezigheid van een legermacht van de Verenigde naties. 




Bij dit scenario denk ik als vanzelf aan Zacharia 12.
-----------------------------------------------------------------------
Zacharia 12

1 De last, het woord van de HEERE over Israël. De HEERE spreekt, Die de hemel uitspant, de aarde grondvest en de geest van de mens in zijn binnenste vormt.
2 Zie, Ik ga Jeruzalem maken tot een bedwelmende beker voor alle volken rondom, ja, ook tegen Juda zal het gaan bij de belegering van Jeruzalem.
3 Op die dag zal het gebeuren dat Ik Jeruzalem zal maken tot een steen die moeilijk te tillen is voor al de volken. Allen die hem optillen, zullen zichzelf zeker diepe sneden toebrengen, en al de volken van de aarde zullen zich tegen haar verzamelen.
4 Op die dag, spreekt de HEERE, zal Ik alle paarden met schichtigheid slaan en hun ruiters met krankzinnigheid. Maar over het huis van Juda zal Ik Mijn ogen openhouden en alle paarden van de volken zal Ik met blindheid slaan.
5 Dan zullen de leiders van Juda in hun hart zeggen: De inwoners van Jeruzalem zullen voor mij een bron van kracht zijn door de HEERE van de legermachten, hun God.
6 Op die dag zal Ik de leiders van Juda maken als een vuurbekken in een stapel hout en als een brandende fakkel in een graanschoof. Rechts en links zullen zij al de volken rondom verteren en Jeruzalem zal nog op zijn plaats blijven, in Jeruzalem.
7 En de HEERE zal de tenten van Juda het eerst verlossen, opdat de luister van het huis van David en de luister van de inwoners van Jeruzalem niet groter zijn dan die van Juda.
8 Op die dag zal de HEERE de inwoners van Jeruzalem beschermen. Wie onder hen wankelt, zal op die dag als David zijn, en het huis van David zal zijn als goden, * als de Engel van de HEERE voor hun ogen.
9 Op die dag zal het gebeuren dat Ik alle heidenvolken die tegen Jeruzalem oprukken, zal willen wegvagen.
-------------------------------------------------------------------------

In dit gedeelte spreekt de profeet over alle volken die zich tegen Jeruzalem zullen keren. Uiteindelijk zullen zij zich aan Jeruzalem vertillen omdat de Heere de inwoners van Jeruzalem zal verlossen. Als ik lees over alle volken, dan maak ik eenvoudig een vertaalslag. Wanneer ik voor volken naties lees en voor allen verenigde, dan zie ik de woorden van Zacharia in vervulling gaan, wanneer legers namens de Verenigde Naties optrekken en zich stationeren in Israël.

Natuurlijk kan er van alles gezegd worden over het toepassen van oude woorden uit de Bijbel op deze tijd. Maar het zien van een overeenkomst kan ik niet wegwuiven. Daarbij zullen we zien wat de toekomst zal brengen. In ieder geval houd ik Psalm 122 hoog. 

6 Bid om vrede voor Jeruzalem, laat het goed gaan met hen die u liefhebben.

7 Laat vrede binnen uw vestingwal zijn, rust in uw burchten.

8 Omwille van mijn broeders en mijn vrienden spreek ik nu: Vrede zij in u!

9 Omwille van het huis van de HEERE, onze God, zal ik het goede voor u zoeken.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen